was successfully added to your cart.
Category

Persoonlijk: Mijn moeders dood

verlies van een dierbare

Verlies van een dierbare: moeilijkste afscheid ooit

By | Persoonlijk: Mijn moeders dood | 6 Comments

Wat als later eerder komt… 

Wat: de dood en ziekte van mijn moeder
Wanneer: december 1996 – 15 april 1997
Waarom deze blog: omdat ik jullie wil laten weten dat de zon weer in je hart zal schijnen na het verlies van een dierbare en omdat mijn moeder vandaag 21 jaar geleden overleden is. 

 

Ik wilde en moest dit schrijven voor mensen die ook het verlies van een dierbare hebben moeten verwerken, dit nu aan het doen zijn of deze ervaring zullen krijgen. Want er is weer leven en geluk en er zijn mooie herinneringen nadat je een dierbare hebt verloren. Leegte blijft altijd, maar doet geen pijn want tijd slijt alles. Tijd maakt van alles een liefdevolle herinnering. En al denk je dat de tijd jouw verdriet nooit kan slijten, dan is dat niet waar. De tijd zal ook jouw verdriet slijten en scherpe kanten er vanaf halen als jij het toestaat. Jij moet het kunnen en willen toestaan om  na het verlies van een dierbare verder te kunnen gaan.

Terugkijken naar herinneringen

Dit jaar is een bijzonder jaar waarin ik de leeftijd van mijn moeder heb bereikt toen ze overleed. Het was geen leeftijd om op te sterven en ze werd genadeloos en onherroepelijk uit het leven gerukt. Wat als mijn moeder het genieten van het leven tot een later moment had uitgesteld, bijvoorbeeld als ze met pensioen was en veel vrije tijd had? Voor sommigen komt dat later eerder dan gepland. Leef het leven nu het nog kan en leef het met volle teugen, want elk leven is uniek en limited edition. Zorg ervoor dat je, nu het kan, met je dierbaren van elke dag een liefdevolle dag maakt, want later als het niet meer kan zul je met heel veel liefde naar deze prachtige herinneringen terugkijken.

                                                    

Verlies van een dierbare: hoe de verkoudheid longkanker werd

De verkoudheid en het hoesten was begonnen in september 1996 en volgens artsen was de verkoudheid veroorzaakt door klimaatverandering. Mijn moeder was na een lange zomervakantie in Kroatië teruggekomen naar Zweden waar we toen woonden. Het hoesten was eerst onschuldig, maar het ging maar door. Na een onderzoek was “hardnekkige verkoudheid” vastgesteld en werd er een kuur voorgeschreven. Het werd ietsje beter, maar het hoesten hield aan. Begin november 1996 na de aanhoudende hoest is toen een longontsteking vastgesteld en wederom waren er gepaste maatregelen genomen. Eind november is er een MRI-scan gedaan en een volledig longonderzoek. Daaruit bleek dat mijn moeder longkanker had.

Schaamte

Kort daarna begon ze bloed te hoesten. Eerst lukte het haar om het bloed te verbergen, omdat alleen zij wist dat ze bloed hoestte. Ze had zich, voordat ze ging hoesten, elke keer netjes omgedraaid, het bloederige papier opgevouwen en opgeborgen. Vrij gauw was ze in de situatie dat ze het bloed niet meer kon verbergen omdat ik een keer te dichtbij zat. Ze wierp me een blik vol verontschuldiging en onmacht. Ik zal die blik nooit vergeten. Het ergste van de ziekte was, dat ze zich voor alles schaamde wat niet meer normaal in haar leven was. Ze schaamde zich ook in mijn bijzijn. Ik heb dit niet toegestaan en ik heb tegen haar gezegd dat ze gerust in mijn bijzijn zichzelf mag zijn met alle facetten van de ziekte. “Lieve moeder, er is niks om je voor te schamen of te verontschuldigen,” zei ik haar.

Pruik

Een paar weken later werd het vechten tegen die schaamte een grote uitdaging; door de chemotherapie was haar haar uitgevallen. Ik weet nog goed dat we samen een pruik voor haar gingen uitzoeken. Voor haar was dit een inbreuk op haar vrouwelijkheid en waardigheid als mens. Sommige scheren hun hoofden kaal omdat ze het mooi vinden, of omdat ze volgens een bepaalde levensovertuigingen leven. Maar dat is dan vrijwillig, deze mensen worden er blij van en bovendien is het ook een keuze die ze maken. Zij kiezen voor een kaal hoofd. In het geval van mijn moeder en veel andere kankerpatiënten is dit geen keus. En dat maakt het moeilijk.
Toen we een pruik aan het uitzoeken waren, waren we met zijn drieën: mijn moeder, de dame met de pruiken en ik. Er stond een grote spiegel waar mijn moeder voor zat en er werden verschillende pruiken op haar hoofd gezet. De grote groene ogen van mijn moeder vulden zich met tranen. Ze rolden langs haar wangen zodat alles in de spiegel onscherp werd en ze niks kon zien. Ik had mijn beste glimlach en grootste enthousiasme voor deze dag aangetrokken en daar stond ik dan met een grote glimlach om haar te vertellen dat de pruiken haar prachtig stonden. En ze stonden haar ook prachtig. Ze was een plaatje. Ze toverde een glimlach op haar gezicht om me toch blij te maken, maar ik zag dat ze alles behalve blij was. Uiteindelijk werd er toch voor een pruik gekozen.
Het volgende obstakel was echter om met de pruik op naar buiten te gaan. Mijn moeder dacht dat iedereen die haar tegemoet kwam zou zien dat ze een pruik droeg. Gelukkig was de pruik zo mooi gemaakt dat het onmogelijk was om het te zien. Maar dat kon ik haar natuurlijk niet wijsmaken. – Dan maar samen voor het eerst met pruik naar buiten. Ik hield haar arm vast en wanneer de andere voorbijgangers in de buurt kwamen, werd haar arm stijf van de spanning. Ze keek naar de grond van schaamte. Ik vroeg haar om de volgende keer mensen aan te kijken, want dan kon ze zien dat niemand haar aanstaarde.

Overgave

Er zijn allerlei kleine barricades die in iemand kunnen zitten als de routine ineens anders wordt. Als de ziekte andere regels invoert. Deze barricades kunnen het belemmeren om de realiteit te zien zoals andere het zien, want in de zieke leeft een andere realiteit. Nadat mijn moeder de diagnose van kanker kreeg, had ze twee weken de tijd om alle activiteiten zoals werk, huis en het leven zelf te verlaten om zich over te geven aan haar ziekte. De chemotherapie wilde bij haar niet aanslaan en na een paar weken werd de beslissing genomen om hiermee te stoppen. In januari 1997 is ze in het ziekenhuis opgenomen waar ze tot haar dood zou blijven. Het verlies van een dierbare kwam nu wel heel dichtbij.

Hoop en realiteit snijden aan twee kanten

Ik zag mijn moeder elke dag dunner worden. Haar gezicht werd ook steeds smaller en haar groene ogen steeds groter. Iedere dag was ik bij haar op visite, soms een paar uur en soms een uurtje. We hadden het nooit over de dood gehad. Waarschijnlijk is het zo dat als de dood boven iemands hoofd hangt, je deze zware onderwerpen steeds meer uitstelt, of juist wacht totdat de zieke hier zelf over begint. Ik was met haar alleen in Zweden en daarom was het makkelijker om te kiezen om niet over de dood te praten. Had ik nog ooms, tantes, broers en zussen gehad dan waren er meer meningen geweest en hadden we hier zeker over gepraat. Aangezien het lichaam van mijn moeder geen enkele behandeling tegen longkanker kon verdragen, was er niet veel ruimte meer voor hoop. Toch had ik de hoop vrij lang gekoesterd. Ik had in Zweden alleen mijn moeder en ik wist dondergoed dat de kans enorm groot was dat ze het niet zou overleven. Dat wist zij zelf ook, maar nooit hadden we deze gedachtes en feiten naar elkaar uitgesproken. Ze wist dat ze mij, haar enig kind, alleen zou achterlaten op haar 25e. Volgens mij doet het enorm veel pijn in een moeders hart om haar eigen dood te bespreken met haar kinderen. Ik vond het echter prima dat ze over een mogelijke dood zweeg, als dit het voor haar makkelijker maakte. Ik zou later wel zien hoe ik het ging overleven.

Zwaaien naar overleden papa

We hadden in het ziekenhuis vaak plannen gemaakt over wat we zouden doen als ze genezen was en weer thuis was. Ik kon deze onderwerpen in haar bijzijn met een glimlach en enthousiasme bespreken, om later onderweg naar huis een verontrustend en pijnlijk gezicht te trekken. Ik wilde haar niet kwijt, maar ik had hier niks te kiezen. In dit stadium was het nog niet bevestigd dat ze niet kon genezen, maar het zag er niet goed uit. Dagen vlogen voorbij. Ik had het liefst dat elke dag voelde als een jaar en dat we meer tijd hadden. Ergens hoopte ik op een wonder. Ik hoopte op nog een paar jaar met haar.
Het was inmiddels maart en mijn verjaardag vierden we in het ziekenhuis. Ik heb mijn cadeau zelf uitgezocht, ingepakt en naar het ziekenhuis gebracht. Daar, vanuit haar bed reikte ze het me aan. We hadden het gezellig samen en we praatten nog niet over de dood, want er was nog niets bevestigd. En ook al was het lichaam van mijn moeder inmiddels meer dan gehalveerd, ze was nog steeds redelijk scherp van geest en de gesprekken verliepen heel goed. We maakten vakantieplannen voor als ze over een paar maanden weer beter werd. Af en toe was mijn moeder ineens aan het zwaaien tegen iemand die alleen zij kon zien. Op mijn vraag wie daar dan stond, antwoordde ze dat het mijn vader was, die ze toen al jaren niet meer had gezien. Ze vroeg of ik hem ook zag. “Oh ja, nu zie ik hem ook,” antwoordde ik altijd en dan begon ik ook te zwaaien. Achteraf gezien denk ik dat mijn moeder op dat moment haar leven nog één keer herleefde en dat ze toen misschien zelfs weer even een relatie met mijn vader had, omdat ze hem zo hartelijk toezwaaide.

De harde realiteit

De tweede helft van maart 1997 had ik met haar arts een afspraak en dan zou het wat duidelijker worden hoe haar situatie echt was. Voordat ik naar de afspraak ging was ik eerst bij mijn moeder. Ik had met haar gepraat en mijn tas en jas bij haar achtergelaten. Ze wist dat ik naar de arts ging en waarom. Ze wilde er niet zelf bij aanwezig zijn.
Na een korte uitleg van de arts kreeg ik te horen dat de longkanker in zo’n late fase zat dat er niks meer voor haar gedaan kon worden. Ergens voelde ik dit aankomen, maar de hoop op een andere uitkomst was nog enorm aanwezig. De arts zei: “Als er nog familie is die van ver moet komen om afscheid van haar te nemen…” – en toen kwam er een einde aan mijn hoop. Ik vroeg hoeveel tijd er nog was. Hij zei: “Dat kunnen we niet exact voorspellen, maar het gaat om weken.” Ik was enorm rustig. Een rivier van tranen rolde langs mijn wangen en alles werd onscherp. Er werd me gevraagd of ik een kalmerend middel nodig had. Ik bedankte de arts en zei dat ik het verdriet in zijn volle kracht en nuchterheid wilde ondergaan. Ik mocht nog even op zijn kantoor blijven zitten. Hij ging verder. Of er er nog meer familieleden waren die vandaag dit berichten zouden krijgen, vroeg ie.

Het haar vertellen

Ik wist dat mijn moeder het niet zou redden, maar als je het bevestigd krijgt en als het dan ineens zo definitief is, ga je eraan kapot van binnen. Er was ineens weinig zuurstof, mijn hartslag steeg naar 350 en ik voelde een enorm verdriet van het onherroepelijke en onvermijdelijke afscheid dat me te wachten stond. Alles was kalm en stil als een stilte voor de storm en ik voelde me voor een paar minuten alleen op deze wereld. Prachtige momenten met haar flitsten door mijn hoofd. Momenten die we nooit meer zouden beleven, ook. Ik moest moed verzamelen om nu weer terug naar haar te gaan om haar vertellen wat de arts heeft gezegd. Ziekenhuisgangen zijn enorm lang, maar vandaag had ik gewild dat ze duizenden kilometers langer waren zodat het nog een eeuwigheid zou duren voordat ik bij haar op de kamer was. Mijn benen waren zwaar, hart was gebroken. Hoe moet ik nu aan mijn moeder vertellen dat ze dood zou gaan? Hoe moet ik haar vertellen dat we nooit die reizen zullen maken waar we het afgelopen weken zo vaak over hadden? Anderzijds wilde ik ook niet dat iemand anders het haar vertelde, al zou het wel makkelijker voor mij zijn. Maar goed: als ze het van iemand moest horen dan liever van mij, want ik was haar hele leven en zij was en is een enorm groot en belangrijk deel van mijn leven. En dus huil ik niet meer en heb ik mijn gezicht opgeknapt. Nog een bocht in de lange ziekenhuisgang en dan ben ik bij haar in de kamer en zie ik haar op bed liggen. Ze kijkt me aan, volgt mijn blik terwijl ik haar bed nader en ik ga naast haar zitten. We pakken elkaars handen en ze vraagt wat de arts heeft gezegd.

Liegen

IK KAN HET HAAR NIET VERTELLEN. Ik beslis op dit moment om het haar niet te vertellen. Ik ben super rustig en heb zelfs een glimlach op het gezicht. Ik zeg dat de arts heeft gezegd dat het genezen goed vordert en dat ze binnen enkele weken naar huis mag. Mijn stem en lippen beginnen te trillen en mijn ogen vullen zich licht met tranen. Ik lach nog steeds. Ze vraagt me om bevestiging en waarom ik dan huil. Ik zeg dat dat tranen van geluk zijn, omdat we nu eindelijk onze reisplannen waar kunnen maken zoals we het hebben gepland afgelopen weken. “Ben jij dan niet blij?” vraag ik aan haar. “Ja,” zegt ze. We glimlachen allebei, kijken elkaar aan en houden elkaars handen vast. We omhelzen elkaar en op dat moment besef ik me dat mijn moeder die mij heeft gebaard, opgevoed en voor mij geleefd heeft, mij beter kent dan wie dan ook. Ze wist gewoon op het moment dat ik haar kamer binnenkwam, dat ik aan het liegen was. Ze speelt het spelletje mee. Het spelletje dat minder pijn doet, want wat doet er nu nog toe om te bespreken welke kleding ze aan wil, of ze wel of geen kerkelijke dienst wil, waar ze begraven wil worden? Hoe belangrijk is dit alles als je dood bent?

Dingen regelen

Ik wist wel dat ze gecremeerd wilde worden omdat we dit toevallig voordat ze ziek werd besproken hadden. Als ik binnen enkele weken helemaal alleen ben, dan wil ik het vertrek voor haar zo aangenaam mogelijk maken. Ze zal een waardige begrafenis krijgen. Ik zal ervoor zorgen, maar nu hoef ik haar daar niet mee te belasten. Uiteraard is ze welkom om zelf hierover te praten, maar dat doet ze niet. Het is al zwaar genoeg voor ons allebei. Ik blijf nog een tijd bij haar voordat ik naar huis ga. Komende nacht werd een super verdrietige en slapeloze nacht, waar alles wat geregeld moest worden door mijn hoofd spookte. En natuurlijk het feit dat ze er binnen een paar weken niet meer zou zijn. Ik voelde me zo machteloos en enorm verdrietig, maar omdat ik nog zoveel moest regelen na haar dood kon ik me niet veroorloven om zwak en verdrietig te zijn. Om het verlies van een dierbare te accepteren.

Sterfbed van routine

Komende weken zal het heel snel gaan. Mijn moeder zal steeds meer pijn hebben en haar laatste weken meer slapend dan wakker doorbrengen. De dosis morfine zal verhoogd worden en de laatste weken zagen er zo uit: meestal slaapt ze maar wordt wakker als de morfine begint uit te werken. Dat gaat altijd gepaard met heftig stikken zodat ze de lakens waarop ze ligt, met beide handen vastgrijpt als een kreet om hulp en zuurstof. Dan komt er onmiddellijk een verpleegster die haar morfine toedient, waardoor ze weer ontspant en binnen een paar seconden weer in slaap valt. Ik zit dagelijks naast haar op bed en kijk hoe ze slaapt, wakker wordt en hoe ze weer morfine toegediend krijgt. Soms ben ik bewust van mijn aanwezigheid maar soms laat ik me niet zien, want als ze wakker wordt begint ze meteen te stikken en grijpt ze in paniek alles vast om geholpen te worden. Als ik op dat moment in de kamer ben, laat ik me niet zien omdat ze anders probeert zich in te houden en sterk te blijven. – Wat voor haar niet goed is.

IJzersterke moederliefde

Op een middag als ik bij haar ben, zeggen de artsen dat het zover is. Ik mag bij haar blijven slapen als ik dat wil. Ze kunnen een bed regelen. Mijn beste vriendin wil er ook bij zijn zodat ik niet alleen ben. Zodoende zitten we de ene keer bij haar op bed, maar het andere moment als ze slaapt gaan we in een ander ruimte zitten. Om wat frisse lucht te happen en gewoon even ergens anders te zijn. Op zo’n moment dat ik bij haar op bed zat werd ze wakker. Ze ligt met haar rug naar mij toe en ze ziet me niet. Ze grijpt heel hard mijn hand vast omdat ze stikt en onmiddellijk ontspant haar hand, ze draait zich om en ziet mij, tovert een glimlach op haar gezicht. We hebben een paar seconden oogcontact en ze begint mijn hand te aaien. Ze wist dat het mijn hand was, nog voordat ze me zag. Dit was het moment dat ik besefte hoe ijzersterk moederliefde is. Ze is helemaal gedrogeerd door morfine, aan het sterven en toch is ze in staat om haar dochters hand zelfs nu nog te herkennen. Haar eigen verschrikkelijke stikken opzij te zetten, om de hand van haar kind zachtjes te aaien zoals ze het al 25 jaar had gedaan. Ik zal deze zachte aanraking en volledige zelfcontrole in een situatie waar alle zelfcontrole niet meer mogelijk is, NOOIT vergeten.

Afscheid

Met dit gebaar heeft ze alle krachten aangespannen om op een moederlijke manier nog afscheid van mij te kunnen nemen. We hebben oogcontact gehad, we hebben elkaars handen vastgehouden en we hebben elkaar toegelachen, ook al heeft het enkele seconden geduurd. Het was zeer ontroerend. Dit was haar laatste bewuste contact met mij en het gebeurde 2 uur voor haar dood. Dit was haar afscheid met mij en het was prachtig. Dat dit het laatste afscheid was wist ik natuurlijk niet op dat moment, maar later begreep ik het.
Vlak daarna heeft een verpleegkundige haar gauw morfine toegediend. Hij vertelde me dat ze nog een tijd zal blijven slapen voordat ze weer wakker wordt, dus dat ik en mijn vriendin weer in de andere ruimte konden gaan zitten als we dat wilden. Ze sliep nu kalm en zacht en na zo’n intensief moment van net had ik wat lucht nodig. We gingen ergens anders zitten en praten. Even later ging ik kijken of mijn moeder sliep. Ze zat op het bed en haar hoofd lag op een hoog nachtkastje dat naast haar bed stond. Ik rende de kamer uit om een verpleegster te halen zodat we haar samen terug op bed konden leggen. Ik vertelde de verpleger hoe ze zat. De verpleger ging naar haar toe, ik stond achter hem, hij draaide zich om en zei: “Ze slaapt niet. Het is voorbij en het is 15 april 1997.” Mijn vriendin hield me vast en ik schreeuwde alles uit wat ik de afgelopen maanden voor mezelf moest houden omdat ik mijn moeder een zorgeloos vertrek wilde geven. Mijn hart scheurde en mijn benen waren te zwak om me staande te houden, maar ik mocht nog niet instorten want er moest nog veel geregeld worden. Mijn verdriet komt later. De verpleegsters willen wat ruimte om het bed representatief te maken en haar daarop te leggen. Ik werd gevraagd of ik even de kamer wilde verlaten en dat ik zo weer opgehaald zou worden. Dat deed ik.

Roze

Alle lakens waren strak aangetrokken toen ik haar bed naderde. Twee grote kaarsen stonden aan beide kanten van het bed, achter haar hoofd. Alles was wit en stil. Haar hand was nog warm en ik hield het vast. Haar bed stond zo hoog dat haar hoofd bijna op dezelfde hoogte was als mijn hoofd toen ik op een stoel naast haar bed zat. Ik had me al 4 maanden hierop voorbereid, maar het definitieve afscheid komt nooit gelegen. Ik voelde me leeg en verdoofd. Ik voelde me eenzaam en verloren. Ik voelde dat de onzichtbare navelstreng die moeders en dochters verbind, nu voor de tweede keer voor altijd doorgeknipt is. Het liefst wilde ik ook naast haar liggen en samen met haar vertrekken, maar ik moest verder. Ze lag daar zo ontspannen, natuurlijk en mooi en ik meende te zien dat haar linkeroog 2 millimeter open was en het voelde alsof ze over me bleef waken. Ik vertelde haar dat aangezien ik alleen achterblijf, ik geen rare dingen zal doen en dat we elkaar altijd in de kleur roze zullen ontmoeten.

Levendige haren

Ergens was ik blij dat haar lijden en het verschrikkelijke stikken afgelopen was en dat ze rust had gevonden. Klinkt het raar dat ik dit voelde? Het is duidelijk dat het leven, de energie, de ziel of wat dat dan ook is, haar lichaam had verlaten en dat daar nu een levenloos en steeds kouder lichaam lag. Alles zag er dood en verlaten uit, behalve haar haar. Dat kleine haar wat nog gegroeid was de afgelopen maanden, leefde en er lag iets levenloos wat ooit mijn moeder geweest is. Als de energie en het leven het lichaam verlaten blijft niks meer over van de overledene, behalve de kleding die er meer levend uitziet dat de dode zelf. De komende periode zal ik enorm veel steun, liefde en begrip van vrienden en collega’s krijgen en dat zal de leegte en verdriet verzachten.

Reis

Mijn moeder is gecremeerd in Zweden en een paar maanden later heb ik haar as naar Kroatië gebracht. Daar is in familiekring haar urn bijgezet op de prachtige begraafplaats Kozala in Rijeka. Kozala is een van de oudste begraafplaatsen in Kroatië waar verschillende nationaliteiten en culturen hun laatste rustplaats hebben gevonden. Ik vind hier altijd mijn rust en pak graag een wandeling door de begraafplaats die fantastisch groen is en waar in de zomer veel schaduw en verkoeling is. Ik breng altijd roze bloemen naar haar graf zodat ze weet dat ik er ben. De afgelopen 21 jaar is dit mijn vaste ritueel als ik in Kroatië ben. Mijn moeder zou dit jaar 67 jaar oud worden en zelfs op deze leeftijd hoor je nog niet dood te gaan. Haar dood doet geen pijn meer en ik mis haar meestal rond de Kerst als families bij elkaar komen en genieten van samen zijn. Ik ben haar enorm dankbaar voor de opvoeding, liefde, leven en het fatsoen dat ze me heeft bijgedragen. Ik vier het leven iedere dag want hiermee kan ik mijn moeder, het leven en mezelf het beste dienen. Welke moeder wil nu niet dat haar kind gelukkig is? Lieve moeder, ik ben al jaren gelukkiger dan ooit en zolang ik leef, leef jij ook in mijn hart en mijn gedachtes.

               

Trein die verder gaat zonder mij

Kort na haar dood droom ik dat ik met haar in de trein zit. Onze tassen liggen op de rekken boven ons hoofd en het spoor meandert door een prachtig weids en glooiend landschap. Het lijkt op een steppe. Mijn moeder maakt me wakker en zegt dat ik me moet klaar maken om uit te stappen. Ik vind het raar; we zijn samen op reis en ik moet zonder haar uitstappen. “Nee, dat wil ik niet,” zeg ik. “En jij?” Ze zegt zachtjes en met een glimlach: “Jij stapt hier uit en ik ga verder.” Daarna word ik wakker en besef me dat ik het goed heb gedaan na haar dood. Ik ben het nu goed aan het verwerken. Dat weet ze en het is niet meer nodig voor haar om bij me te blijven. Ze mag vertrekken zonder zorgen en hier ben ik blij om. Het heet loslaten. Later heb ik gelezen dat loslaten van het verlies van een dierbare een ontzettend belangrijk iets is voor de dode en nog meer voor nabestaanden.

Eigen ervaringen en liefde van anderen

Vaak zeg ik tegen mensen die in moeilijke situaties verkeren dat er kracht in ons allemaal zit om te relativeren, verwerken, overleven en om uiteindelijk nog sterker terug te komen. Ik zeg dit niet omdat ik hierover veel gelezen heb of omdat ik dat van verhalen ken. Ik zeg het omdat ik verschillende soorten verdriet en leegte heb meegemaakt, ik heb ervaring met het verlies van een dierbare, ik sta vandaag waar ik nu sta en ik ben gelukkig. Let wel: ik heb stukjes van mezelf niet alleen opgepakt. Er waren veel mensen om me heen die me hulp hebben aangeboden en dat heb ik aangenomen. Want je kunt een zee van hulp krijgen bij het verlies van een dierbare, maar als je het weigert of niet in staat bent om verder te gaan, dan kan niemand je helpen. Je moet zelf verder willen.
Ik heb weer wat traantjes gelaten tijdens het schrijven van deze blog en ik heb alles weer herleeft. Ik wilde en moest dit schrijven voor mensen die ook dealen of moeten gaan dealen met het verlies van een dierbare. Bij deze: er is daadwerkelijk weer leven, geluk en mooie herinneringen nadat je een dierbare hebt verloren.

Tijd slijt alles

Eenentwintig jaar is lang en zelfs haar stem herinner ik me niet meer. Wel de warmte en liefde die ik van haar heb gekregen. Haar zachtheid, eeuwige glimlach en optimisme. Ik heb de leeftijd bereikt waarop zij moest vertrekken. Ben ik nu klaar om te vertrekken? Nee, absoluut niet want ik sta midden in het leven en ik heb nog duizenden kilometers te gaan, avonturen te beleven en van het leven te genieten voordat ik vertrek, maar ik bepaal niet wanneer ik vertrek. Het kan wellicht nog 60 jaar duren wat ik het liefst zou willen; 100 jaar zijn en vitaal, scherp, energiek en nog steeds aantrekkelijk zijn hahaha, maar het kan ook zo over zijn. Of ik me zorgen maak over het feit dat ik ook kanker kan krijgen? Nee. Ik heb dit na haar dood meteen achter me gelaten. Het is zonde van mijn tijd en de energie. Ik kan me zorgen gaan maken over alle mogelijke soorten kanker voor de komende 30 jaar en uiteindelijk doodgaan door een blikseminslag ergens op een bergtop. Ik ben niet sterker of bijzonderder dan lezers van deze blog, maar je hebt de keuze hoe en hoe lang je wil doorgaan dat het verlies van een dierbare je leven beïnvloedt. Er zijn verschillende soorten doodsoorzaken, ervaringen, verhalen en verdriet en er is voor elke nabestaande weer zon, licht en geluk. Mits je jezelf het toestaat, je hulp durft te vragen en te accepteren als het je aangeboden wordt.

Geluk na het verlies van een dierbare is een keuze

Ik ben gelukkiger dan ooit omdat ik voor geluk heb gekozen. Ik weet zeker dat ik mijn moeder het beste kan dienen door gelukkig te zijn. Ik denk dat ze dit liever wil dan dat ik de afgelopen 21 jaar alleen en verdrietig was en de weg kwijt was omdat ik haar dood niet kon verwerken. Leegte blijft altijd, maar doet geen pijn want de tijd slijt alles. En al denk je dat de tijd jouw verdriet nooit kan slijten, dan is dat niet waar. De tijd zal ook jouw verdriet slijten en de scherpe kanten eraf halen als jij dat toestaat. Jij moet het kunnen en willen toestaan om verder te kunnen gaan. Om het verlies van een dierbare goed te kunnen afsluiten en verder gaan, zijn een paar stappen nodig en deze zal ik de volgende keer behandelen.

Dit is mijn ervaring en verhaal. Wat is jouw verhaal? Hoe ga je hiermee om? In welke fase zit je? Wil je jouw verhaal delen of praten benader me gerust. Samen sterker, XXX